kiquo.com

Roman Numerals Quiz

Quiz: Romeinse cijfers

Leer gemakkelijk Romeinse cijfers

Ga op reis door de geschiedenis met onze Quiz Romeinse cijfers! Ontdek de geheimen van oude cijfersystemen en test je kennis.

Of je nu een geschiedenisfanaat, een wiskundefanaat of gewoon nieuwsgierig bent, deze quiz biedt een fascinerende kijk in de wereld van de Romeinse cijfers.

Daag jezelf uit, leer de ins en outs van I, V, X, L, C, D en M en kijk hoe gemakkelijk je moderne getallen kunt vertalen naar tijdloze Romeinse cijfers.

Klaar om in het verleden te duiken en je rekenvaardigheden aan te scherpen? Start nu de quiz en beheers de Romeinse cijfers in een mum van tijd!

Start de Quiz Romeinse cijfers

Test Romeinse cijfers

  • Welk getal is V?

    V is een Romeins cijfer dat het getal 5 voorstelt. Romeinse cijfers gebruiken letters uit het Latijnse alfabet om waarden weer te geven. V is een van de basiscijfers met één letter die in dit systeem wordt gebruikt en geeft direct de waarde 5 weer.

    • 5
    • 4
    • 6
    • 10
  • Welk getal is IX?

    IX is een Romeinse cijferweergave voor het getal 9. In Romeinse cijfers staat I voor 1 en X voor 10. Als I voor X staat, betekent dit dat er 1 van 10 wordt afgetrokken, wat leidt tot de waarde 9.

    • 9
    • 11
    • 8
    • 2
  • Welk getal is XIV?

    XIV is een Romeinse cijferweergave voor het getal 14. In Romeinse cijfers staat X voor 10 en IV voor 4. Als I voorafgaat aan V (5), betekent dit dat er 1 wordt afgetrokken van 5. Als je X (10) en IV (4) bij elkaar optelt, krijg je de waarde 14.

    • 14
    • 16
    • 12
    • 9
  • Welk getal is XXXII?

    XXXII is een Romeinse cijferweergave voor het getal 32. In Romeinse cijfers staat X voor 10 en I voor 1. Drie X'en staan samen voor 30 en als je II (2) bij 30 optelt, krijg je de waarde 32.

    • 32
    • 30
    • 35
    • 22
  • Welk getal is XLVII?

    XLVII is een Romeinse cijferweergave voor het getal 47. In Romeinse cijfers staat X voor 10, L voor 50 en I voor 1. Het cijfer XL betekent dat 10 wordt afgetrokken van 50 (L), wat leidt tot 40. Als je VII (7) bij 40 optelt, krijg je de totale waarde van 47.

    • 47
    • 49
    • 52
    • 42
  • Welk getal is LX?

    LX is een Romeinse cijferweergave voor het getal 60. In Romeinse cijfers staat L voor 50 en X voor 10. Door X achter L te plaatsen worden hun waarden gecombineerd, wat leidt tot de totale waarde van 60.

    • 60
    • 50
    • 70
    • 40
  • Welk getal is LXXXIII?

    LXXXIII is een Romeinse cijferweergave voor het getal 83. In Romeinse cijfers staat L voor 50, X voor 10 en I voor 1. Drie X'en staan samen voor 30, opgeteld bij L (50) is dat 80. III voegt er nog 3 aan toe om op 83 uit te komen.

    • 83
    • 81
    • 88
    • 78
  • Welk getal is XCIX?

    XCIX is een Romeinse cijferweergave voor het getal 99. In Romeinse cijfers staat X voor 10, C voor 100 en I voor 1. XC betekent dat 10 wordt afgetrokken van 100, wat leidt tot 90. Als je IX (9) bij 90 optelt, krijg je de totale waarde van 99.

    • 99
    • 100
    • 89
    • 109
  • Welk getal is CXV?

    CXV is een Romeinse cijferweergave voor het getal 115. In Romeinse cijfers staat C voor 100, X voor 10 en V voor 5. Als je X (10) bij C (100) optelt, krijg je 110 en als je V (5) erbij optelt, krijg je een totaal van 115.

    • 115
    • 125
    • 105
    • 110
  • Welk getal is CL?

    CL is een Romeinse cijferweergave voor het getal 150. In Romeinse cijfers staat C voor 100 en L voor 50. Als je L (50) bij C (100) optelt, krijg je de totale waarde van 150.

    • 150
    • 140
    • 160
    • 100
  • Welk getal is CXC?

    CXC is een Romeinse cijferweergave voor het getal 190. In Romeinse cijfers staat C voor 100, X voor 10 en de tweede C staat voor nog eens 100. Het cijfer XC betekent dat er 10 wordt afgetrokken van 100 (tweede C), wat 90 oplevert. Als je deze 90 bij de eerste C (100) optelt, krijg je de totale waarde van 190.

    • 190
    • 200
    • 180
    • 210
  • Welk getal is CCXXV?

    CCXXV is een Romeinse cijferweergave voor het getal 225. In Romeinse cijfers staat C voor 100, X voor 10 en V voor 5. Twee C's vormen samen 200, twee X'en voegen 20 toe en V voegt nog eens 5 toe, in totaal 225.

    • 225
    • 215
    • 235
    • 220
  • Welk getal is CD?

    CD is een Romeinse cijferweergave voor het getal 400. In Romeinse cijfers staat C voor 100 en D voor 500. De notatie CD betekent dat 100 wordt afgetrokken van 500, wat leidt tot 400. Dit aftrekprincipe is een belangrijk aspect van het Romeinse getallensysteem voor bepaalde getallen.

    • 400
    • 450
    • 350
    • 500
  • Welk getal is DXLV?

    DXLV is een Romeinse cijferweergave voor het getal 545. In Romeinse cijfers staat D voor 500, X voor 10, L voor 50 en V voor 5. Als je X (10) bij D (500) optelt, krijg je 510, als je L (50) erbij optelt, krijg je 560, en als je X eraf trekt (omdat XL betekent dat 10 van 50 wordt afgetrokken, waardoor 40 ontstaat) en V (5) erbij optelt, krijg je een totaal van 545.

    • 545
    • 535
    • 555
    • 540
  • Welk getal is CM?

    CM is een Romeinse cijferweergave voor het getal 900. In Romeinse cijfers staat C voor 100 en M voor 1000. De notatie CM betekent dat 100 wordt afgetrokken van 1000, wat leidt tot 900. Dit is nog een voorbeeld van het aftrekkende principe van het Romeinse getallenstelsel om bepaalde getallen te vormen.

    • 900
    • 1000
    • 800
    • 950
  • Welk getal is MCXV?

    MCXV is een Romeinse cijferweergave voor het getal 1115. In Romeinse cijfers staat M voor 1000, C voor 100, X voor 10 en V voor 5. C (100) optellen bij M (1000) geeft 1100, X (10) optellen geeft 1110 en V (5) optellen geeft 1115.

    • 1115
    • 1120
    • 1105
    • 1110
  • Converteer 1987 naar Romeinse cijfers.

    1987 in Romeinse cijfers is MCMLXXXVII. Dit komt omdat M staat voor 1000, CM staat voor 900 (100 afgetrokken van 1000), LXXX staat voor 80 en VII staat voor 7. Als je deze waarden combineert, krijg je 1987.

    • MCMLXXXVII
    • MCMXCVII
    • MDCCCCLXXXVII
    • MCMLXXVIII
  • Converteer 2439 naar Romeinse cijfers.

    2439 in Romeinse cijfers is MMCDXXXIX. M staat voor 1000, dus twee M's staan voor 2000. CD staat voor 400 (500 - 100), XXX voor 30 en IX voor 9. Door deze te combineren krijg je 2439.

    • MMCDXXXIX
    • MMCCCXXXIX
    • MMDXXXIX
    • MMCDXXIX
  • Wat is de som van CCCXCIX en DXXI in Romeinse cijfers?

    CCCXCIX (399) + DXXI (521) is gelijk aan 920, wat in Romeinse cijfers CMXX is. CCCXCIX combineert drie C's (300) met XC (90) en IX (9) voor 399. DXXI combineert D (500) met XX (20) en I (1) voor 521. Als je deze optelt, krijg je 920, voorgesteld door CMXX (CM voor 900 en XX voor 20).

    • CMXX
    • DCCCXX
    • CMX
    • CXXI
  • DCXLV aftrekken van M in Romeinse cijfers?

    M (1000) - DCXLV (645) is gelijk aan 355, wat in Romeinse cijfers CCCLV is. M staat voor 1000. DCXLV combineert D (500) met C (100), XL (40) en V (5) voor 645. Als je 645 aftrekt van 1000, krijg je 355, weergegeven door CCCLV (CCC voor 300, L voor 50 en V voor 5).

    • CCCLV
    • CCCXLV
    • CCCL
    • CDV

Roman Numerals Quiz

Romeinse cijfers

Geschiedenis en inleiding

Romeinse cijfers ontstonden in het oude Rome en bleven de gebruikelijke manier om getallen te schrijven in heel Europa tot ver in de late Middeleeuwen. Getallen in dit systeem worden weergegeven door combinaties van letters uit het Latijnse alfabet. Romeinse cijfers, zoals die vandaag de dag worden gebruikt, zijn gebaseerd op zeven symbolen: I, V, X, L, C, D en M.

Het systeem is decimaal maar niet direct positioneel en bevat geen nul. Romeinse cijfers zijn gebaseerd op combinaties van deze letters om waarden weer te geven. Het basisprincipe van het Romeinse cijfersysteem is het optel- en aftrekprincipe. Getallen worden gevormd door symbolen te combineren en hun waarden bij elkaar op te tellen, maar om te voorkomen dat vier tekens achter elkaar worden herhaald (zoals IIII of XXXX), wordt de subtractieve notatie gebruikt: bijvoorbeeld IV is vier en IX is negen.

Romeinse cijfers begrijpen

Om Romeinse cijfers te lezen, combineer je de symbolen en hun waarden beginnend vanaf links. Als een symbool wordt gevolgd door een symbool van gelijke of lagere waarde, tel je de waarden bij elkaar op. Als een symbool wordt gevolgd door een symbool met een hogere waarde, trek je de waarde van het eerste symbool af van de waarde van het tweede symbool. De belangrijkste symbolen zijn I (1), V (5), X (10), L (50), C (100), D (500) en M (1000).

1 5 10 50 100 500 1000
I V X L C D M

Het cijfer II is bijvoorbeeld gelijk aan 2, XI is 11 (10 + 1) en IX is 9 (10 - 1). Grotere getallen worden geconstrueerd door een streepje boven een symbool te plaatsen om aan te geven dat het met 1000 moet worden vermenigvuldigd. Zo staat V̅ voor 5.000 en X̅ voor 10.000.

5000 10,000 50,000 100,000 500,000 1,000000
 L̅

Romeinse cijfertabel (1 tot 1000)

Hier zie je een tabel met Romeinse cijfers, die getallen van 1 tot 1000 voorstelt. Dit bevat cijfers voor belangrijke waarden zoals 1, 2, 3, tot 10, dan 11, gevolgd door tientallen zoals 20 en 30, en belangrijke mijlpalen zoals 50, 100, 500 en 1000. Met behulp van deze tabel kun je moeiteloos getallen tussen 1 en 1000 omrekenen naar Romeinse cijfers.

1 I 11 XI 200 CC
2 II 20 XX 300 CCC
3 III 30 XXX 400 CD
4 IV 40 XL 500 D
5 V 50 L 600 DC
6 VI 60 LX 700 DCC
7 VII 70 LXX 800 DCCC
8 VIII 80 LXXX 900 CM
9 IX 90 XC 1000 M
10 X 100 C 1001 MI

Romeinse cijfers (1 tot 100)

Hier is een lijst met Romeinse cijfers van 1 tot 100. Het schrijven van Romeinse cijfers binnen dit bereik volgt specifieke regels, die hieronder worden beschreven.

1 I 51 LI
2 II 52 LII
3 III 53 LIII
4 IV 54 LIV
5 V 55 LV
6 VI 56 LVI
7 VII 57 LVII
8 VIII 58 LVIII
9 IX 59 LIX
10 X 60 LX
11 XI 61 LXI
12 XII 62 LXII
13 XIII 63 LXIII
14 XIV 64 LXIV
15 XV 65 LXV
16 XVI 66 LXVI
17 XVII 67 LXVII
18 XVIII 68 LXVIII
19 XIX 69 LXIX
20 XX 70 LXX
21 XXI 71 LXXI
22 XXII 72 LXXII
23 XXIII 73 LXXIII
24 XXIV 74 LXXIV
25 XXV 75 LXXV
26 XXVI 76 LXXVI
27 XXVII 77 LXXVII
28 XXVIII 78 LXXVIII
29 XXIX 79 LXXIX
30 XXX 80 LXXX
31 XXXI 81 LXXXI
32 XXXII 82 LXXXII
33 XXXIII 83 LXXXIII
34 XXXIV 84 LXXXIV
35 XXXV 85 LXXXV
36 XXXVI 86 LXXXVI
37 XXXVII 87 LXXXVII
38 XXXVIII 88 LXXXVIII
39 XXXIX 89 LXXXIX
40 XL 90 XC
41 XLI 91 XCI
42 XLII 92 XCII
43 XLIII 93 XCIII
44 XLIV 94 XCIV
45 XLV 95 XCV
46 XLVI 96 XCVI
47 XLVII 97 XCVII
48 XLVIII 98 XCVIII
49 XLIX 99 XCIX
50 L 100 C

Als je eenmaal vertrouwd bent met de gegeven lijst, zul je ook in staat zijn om Romeinse cijfers van 100 tot 1000 te begrijpen en te identificeren.

Nummer Romeinse cijfers Berekening
100 C 100
200 CC 100 + 100
300 CCC 100 + 100 + 100
400 CD 500 – 100
500 D 500
600 DC 500 + 100
700 DCC 500 + 100 + 100
800 DCCC 500 + 100 + 100 + 100
900 CM 1000 – 100
1000 M 1000

Berekeningen met Romeinse cijfers

Rekenen met Romeinse cijfers kan een uitdaging zijn omdat het systeem geen nul heeft en niet ontworpen is voor ingewikkelde berekeningen. Basisbewerkingen zoals optellen en aftrekken bestaan uit het combineren of verwijderen van symbolen en het aanpassen van de resultaten om de juiste vorm te behouden. Om bijvoorbeeld XVII (17) en VI (6) op te tellen, combineer je de symbolen tot XVIIII en pas je ze vervolgens aan tot XXIII (23). Voor aftrekken wordt een soortgelijk proces gebruikt van symbolen verwijderen en aanpassen waar nodig.

Voor complexere bewerkingen zoals vermenigvuldigen en delen is het vaak makkelijker om te converteren naar Arabische cijfers, de bewerking uit te voeren en weer terug te converteren. Het Romeinse cijfersysteem is elegant voor bepaalde toepassingen zoals wijzerplaten van klokken, maar het nut ervan in moderne rekenkunde is beperkt.

Laatste tip: Vermijd 4 herhalingen in Romeinse cijfers

Waarde Juist Niet correct
4 IV IIII
9 IX VIIII
40 XL XXXX
90 XC LXXXX
400 CD CCCC
900 CM DCCCC